Suikerziekte komt vaak voor….. ook bij honden en katten.

Suikerziekte wordt regelmatig gediagnosticeerd bij honden en katten. Er is sprake van suikerziekte als de hond of kat gedurende een langere tijd te veel suiker ofwel glucose in het bloed heeft.

De oorzaak van suikerziekte:
Voedsel bevat oa. koolhydraten waarvan een deel glucose. Deze glucose komt vanuit de darmen in de bloedbaan terecht en moet van hieruit worden opgenomen in de lichaamscellen en hersenen. Voor deze opname is insuline nodig. Insuline is een hormoon wat gemaakt wordt in de alvleesklier. Als er in het lichaam geen of te weinig insuline wordt aangemaakt blijft er dus te veel glucose in het bloed circuleren.

Symptomen van suikerziekte

  • Veel drinken en veel plassen
  • Grote eetlust maar toch vermageren
  • Algemene malaise

Omdat er te veel glucose in het bloed circuleert, wordt een deel daarvan uitgescheiden via de urine, doordat er suiker in de urine zit wordt er ook meer vocht aan het lichaam onttrokken dan normaal. Het dier moet dus meer plassen, tevens moet hij daardoor ook meer gaan drinken. Suiker in de urine is een voedingsbodem voor bacteriën, dat maakt de dieren gevoelig voor blaasontsteking, mede daarom willen wij ook de urine onderzoeken.

Omdat het glucose niet gebruikt wordt als brandstof voor het lichaam en hij zo te weinig energie binnen krijgt zal hij meer gaan eten en zich ook minder energiek of zelfs sloom gaan gedragen.
Op den duur kan een verhoogd bloedsuikergehalte een effect op de ogen hebben, staar, slechtziendheid en zelfs blindheid zijn vooral bij honden bekende gevolgen.

De behandeling.

Uw dier zal dus het hormoon insuline moeten krijgen, 2x per dag met 12 uur tussentijd tijdens of na de maaltijd. Dit krijgt hij dmv een onderhuidse injectie, die wij u zullen aanleren. De dosis van insuline luistert erg nauw, een te hoge dosis kan namelijk levensbedreigend zijn. U zult in het begin regelmatig even terug moeten komen om de suikerwaarde te laten meten en zonodig de insulinedosis aan te passen. Het is belangrijk dat er een goed evenwicht komt in de hoeveelheid eten, mate van beweging en de dosis insuline, en dat dit dagelijks hetzelfde is.

Wij adviseren het voer diabetic van Royal Canin te voeren, dit is speciaal gemaakt voor diabetespatiënten en wordt door de dieren smakelijk gegeten.

Insuline gebruik

Voor het eerste gebruik van de flacon insuline (dus alleen bij een nieuw flesje) moet dit even kort krachtig geschud worden. Als de flacon eenmaal is aangeprikt dient u het voor het aanprikken zachtjes te zwenken zodat er een melkachtige inhoud ontstaat. Na aanprikken is de flacon 6 weken houdbaar. De cijfers op de spuitjes of op de Vetpen staan gelijk aan eenheden. Let op de spuitjes die we voor dieren gebruiken zijn niet dezelfde als die mensen gebruiken. Probeer een familielid, kennis of vriend ook vertrouwd te maken met het injecteren, zodat er altijd iemand ter beschikking is om uw dier te injecteren.

Wat kunt u doen bij een Hypo?

Een hypo is een levensbedreigende situatie, een spoedgeval dus. Het gebeurt meestal een aantal uren na de injectie:

  • Wanneer er teveel insuline gegeven is.
  • Wanneer het dier niks gegeten heeft.
  • Wanneer het dier zijn eten uitgespuugd en de insuline al geïnjecteerd is.
  • Als het lichaam zelf weer insuline is gaan aanmaken, dit komt voor bij katten; dan kan het dier in een te laag suikerniveau terecht komen.

Symptomen van hypo(glycemie)

  • Grote behoefte om te eten
  • Trillen, sufheid, minder alert.
  • Wankel lopen (dronkenmansgang)
  • Diepe slaap, coma, met de dood als gevolg.

In geval van een hypo en het dier is nog op de been, probeer hem eerst te laten eten en meng er druivensuiker door, ongeveer 1 gram per kg LG als het dier niet in staat is te eten. Smeert u druivensuiker in zijn bek of een oplossing met druivensuiker en water (50%) via een spuitje als hij dat weg kan slikken. Daarna belt u de dierenarts.

Controles

Het blijft belangrijk regelmatig de suikerwaarde van uw dier in de gaten te houden, als uw dier goed is ingesteld, is ons advies iedere 4-6 wkn te laten checken. Bij de hond prikken we 6-7 uur na de insuline injectie bloed. Normaalwaarde bloedsuiker 6-8 mmol/l

Bij de kat prikken we 4 uur na de insuline injectie bloed. Normaalwaarde bloedsuiker 5-9 mmol/l